
Er zijn mensen die het Holland House (Zie je wel media, dat hoef je niet
altijd met de naam van de sponsor over te nemen) een leuke plek vinden. Dat
zijn trouwens best veel mensen. Dat zijn dezelfde mensen die voor hun lol het
vliegtuig naar Bern pakten om daar op een plaatselijk plein
verkleed als OranjeSinterklaas naar een groot scherm een EK te kijken. Dat zijn lui die de
afgelopen twee weken in Londen zijn geweest en geen stadion van binnen hebben
gezien, maar bij thuiskomt nog steeds wel met trots een HH-toegangsbandje om
hun pols dragen. Zij komen niet voor de sport. Rot op met je sport. Dat is
bijzaak, een mooi excuus voor een feest voor al die Oranje Indianen, die zich maar
al te graag de idiote toegangseisen van het HHH laten welgevallen om binnen te
komen.
Voor wie dat niet heeft hoeven meemaken, wees dankbaar. Het idee is als volgt: Nadat je
met een NS-shuttlebus bent opgehaald (waar ze, geen grap,
de Vengaboys draaien
en andere muziek voor de doelgroep), moet je nadat je je geregistreerde internetticket
hebt laten omwisselen je weg vinden door de metaaldetector om je te laten
uitsnauwen door een paar plaatselijke stadswachten die in elke bezoeker een potentiële
terrorist zien die een amtrax-aanval op
De Mart zou kunnen plegen. De
Bijlmerbajes is minder streng beveiligd. Maar eenmaal binnen, ja, dan begint het.
Of niet. Want zelf gezien: een man en zijn zoontje van een jaar of 12 die ondanks dat ze zich voor 10 euro geregistreerd
hadden
op de site (en waarschijnlijk de rest van hun leven in een databestand
zijn opgeslagen) en met hun kaartje bij de toegangspoort stonden, door een of
andere studentikoze corpsbal die voor de ‘olympic experience’ maar al te graag
voor niks bij de deur is gaan staan, de toegang werd geweigerd omdat ze hun ID
of paspoort waren vergeten. ‘We moeten streng zijn’. Ja, precies, stel je voor
wat er gebeurt als zij zomaar naar binnen komen. Gevaar! Zonder een optreden van de 3J’s
mochten zij de volgende shuttlebus weer terug pakken, terug naar de sport, naar
de normale wereld die niet wordt geregisseerd door een marketingtsunami van
doodgeslagen bier.
Voor degene die wel naar binnen mogen (Wat een luxe!) begint het feest. Als
je je eerst een weg hebt gebaand door de sponsortroep althans, waarin de Oranje
Sinterklazen zich bijvoorbeeld
een shirtje kunnen laten aanmeten van de
bierbrouwer met een uniek nummer op de borst die ons doet denken aan een zelfde
outfit waarmee we 60 jaar geleden bijna een belangrijke wedstrijd tegen Duitsland verloren.
Enfin, you only live once!
Het hoogtepunt moet de grote zaal zijn, de huldigingsruimte, waar je je mag onderdompelen
met je vrienden, dat talloze oranjevolk, waarvan zeker driekwart probleemloos
meezingt met ‘
Kom, pak je lasso maar’, inclusief danspasjes. Ons vermoeden is als je
dat kan, dat je dan weinig hersencapaciteit meer over hebt om te weten wie al
die sporters zijn die ze aan het huldigen zijn. Dat maakt ook niet uit. We
hebben onze denkbeeldige lasso en we kunnen thuis aan iedereen vertellen dat we de Olympische Spelen hebben meegemaakt. Geen bal zien rollen, maar we zijn in het HHH geweest en we hebben gefeest. En
volgende keer? Dan gaan we weer. En hopelijk dat er dan niet van die vervelende
jongens rondlopen die niks oranjes hebben aangetrokken, niet springen als
Humberto Tan dat beveelt of hun lasso vergeten zijn.
--> Linkeballen