
"Dat zou zomaar kunnen," antwoordde Marco van Basten op de vraag van een AD-journalist of hij weer in de markt was voor een mooie trainersklus. En dus wordt per juli 2011 de vitrage rond San Marco weer opgetrokken. Hoe je het ook wendt of keert, wij begonnen Marco weer te missen. Hij heeft namelijk de wonderlijke gave om door middel van pure afwezigheid zijn eigen mythe te vergroten. Net als Jim Morrison. Of Kurt Cobain.
Dat was al zo toen Marco stopte met voetbal en ging golfen. Rechtstreeks de anonimiteit in, maar zijn legende werd groter en groter. En ook na zijn periode als bondscoach en trainer van Ajax ging het zo. Marco verdwijnt uit beeld en we zien hem in gedachten weer dartelen in het witrood van Ajax, het roodzwart van Milan en het foeilelijk oranje van Oranje. We waren al bijna weer vergeten dat hij Dave van den Bergh, Romano Denneboom en Kevin Bobson liet debuteren in Oranje. Dat hij moest toegeven Ajax niet aan te kunnen. Pas nu hij terugkeert, moeten we weer aan zijn minder mooie dingen denken.
Is dat niet hoe het werkt? De hunkering is groot. Tot je met de realiteit wordt geconfronteerd. Als Jim Morrison nog zou leven, zouden we hem afschilderen als dronken tor die wazige rijmpjes opleest op slangenbezweerdersmuziek. Kurt Cobain zou zijn eigen mythe ten gronde richten door op te treden op kansloze bedrijfsfeesten. Met een orkestband. Net als Helmut Lotti. We willen maar zeggen: bewaak je eigen mythe, Marco. Laat die vitrage weer zakken.
En toch. We zijn ergens wel benieuwd waar hij aan de slag gaat. En wat hij kan bereiken. Het mooie van Marco is namelijk dat zijn eigen mythe hem niets zegt. Die hebben wij voor hem verzonnen. Marco wil door. Zet 'm op! Wij kijken mee.